Wat is duurzamer: kringlooplandbouw of vegan landbouw?

De Volkskrant begon er dit jaar mee. De Correspondent nam het over. Uiteraard blaast Telegraaf het op tot in het extreme. En zelfs factchecker NU.nl is een platform geworden voor dit narratief ter behoud van de veesector: de kringlooplandbouw inclusief dierlijke producten is duurzamer dan een plantaardig eetpatroon.

Wat deze kranten helaas over het hoofd zien is dat de kringlooplandbouwtheorie niet ten dienste staat van het meest prangende duurzaamheidsvraagstuk vandaag de dag -de klimaatopwarming- maar van het maximaliseren van voedselopbrengsten.

Maximale voedselopbrengsten

Die maximale voedselopbrengsten zien er zo uit: akkerland kan het beste ingezet worden om direct voedsel te verbouwen voor de mens en niet voor vee (omdat je er dan meer calorieën in stopt dan je eruit haalt). Plantaardige landbouw is dus het meest efficiënte gebruik van vruchtbaar akkerland, luidt ook de kringlooplandbouwtheorie. Maar wanneer een bevolking te groot wordt en het vruchtbare akkerland volledig bezet is, moet een bevolking noodgedwongen gebruik maken van marginaal grasland zoals veenweidegebied om voedsel te produceren. In een studie van WUR-onderzoekers Imke de Boer en Martin van Ittersum wordt een hypothetisch scenario uitgewerkt waarbij er geen import en export plaatsvindt en de Nederlandse bevolking explosief groeit. De onderzoekers berekenen dat het huidige Nederlandse veenweidegebied meer geschikt is om eiwitten te produceren in de vorm van zuivel, dan in de vorm van gewassen. Dus wanneer de Nederlandse bevolking momenteel uit 40 miljoen mensen zou bestaan, dan zouden dierlijke producten noodzakelijk zijn omdat veenweidegebied op dit moment niet het meest geschikt is voor een volledig plantaardige eiwitproductie. De Boer en Van Ittersum nemen noten overigens niet mee in dit onderzoek, waardoor een onvolledig beeld ontstaat, aangezien noten zeer eiwitrijk zijn en groeien aan bomen en niet op akkers. Daarnaast wordt uit het proefschrift (op pagina 164) van Hannah van Zanten, mede-grondlegger van de kringlooplandbouw, duidelijk dat veenweidegebied echter wel meer calorieën oplevert in de vorm van gewassen dan in de vorm van zuivel. Zodoende zou het in zo’n hypothetisch scenario wellicht toch een slimmere keuze kunnen zijn om gewassen in plaats van zuivel te kweken op het veenweidegebied.

Realiteit

Maar dat is een hypothetisch scenario. Misschien is het goed om eerst te kijken naar de huidige werkelijkheid. Uit het recente IPCC-klimaatrapport over klimaatverandering en landgebruik blijkt dat klimaatverandering een gevaar vormt voor onze voedselvoorziening. Door extreme hitte, droogte en neerslag zullen oogsten kleiner worden en zal ook de veestapel uitgedund worden. In Nederland hebben we dit jaar en vorig jaar te maken gehad met extreme droogte, waardoor oogsten teruglopen. Nederlandse veehouders hebben daarnaast te maken gehad met hittesterfte van hun vee. Het drinkwater uit de Maas staat ook onder druk. En we staan pas aan het begin van de klimaatopwarming. We bewegen met het huidige maximale-productie-beleid dus richting een toestand waar de landbouwintensivering na WOII juist voorgoed een eind aan moest maken. Mijn prioriteit zou zodoende eerder liggen bij het indammen van klimaatverandering in plaats van het maximaliseren van de voedselopbrengsten voor het geval dat de wereldbevolking zo explosief groeit dat al het vruchtbare akkerland bezet is en marginaal grasland zoals veenweidegebied noodgedwongen ingezet moet worden voor voedselproductie.

Grasland is niet gratis

Voor het klimaat is het beter om de waterstanden in dat veenweidegebied te verhogen. Vandaag de dag worden de waterstanden in Nederlands veenweidegebied verlaagd zodat koeien er kunnen grazen. Het gevolg is dat er veel CO2 vrijkomt uit de bodem. De grondleggers van de kringlooplandbouw houden hier geen rekening mee, maar ‘het staat op de agenda’, legt Imke de Boer uit in een presentatie: “Ook weten we in Nederland dat een groot deel van het gras ligt op veenweidegebied. En het zou beter zijn voor de broeikasgasemissies als we de waterstand in het veenweidegebied iets zouden verhogen, zodat de organische stof niet wordt afgebroken. Maar ja, dan is het weer minder makkelijk te combineren met de melkveehouderij." Uit deze passage komt goed naar voren waar de opdracht van De Boer en co ligt: het instandhouden van de veehouderij.

En om de veehouderij bestaansrecht te geven hebben de WUR-onderzoekers een bepaalde kunstgreep gedaan: grasland wordt beschouwd als ‘gratis’ en zodoende niet meegeteld in de befaamde kringlooplandbouw-grafiek waarmee het narratief gestaafd wordt. Hieronder de grafiek van de WUR: op de verticale as wordt het benodigde grasland níet meegeteld, maar de eiwitopbrengsten van dit grasland worden op de horizontale as wél meegeteld. Ik heb hier contact over gehad met Martin van Ittersum. Maar op de vraag waarom de WUR het grasland voor de volledigheid niet gewoon in de grafiek zet, kreeg ik helaas geen antwoord.


Ondertussen verklaarde Martin van Ittersum tegenover Volkskrant en Martin Scholten (directeur Animal Sciences aan de WUR) tegenover Telegraaf dat voor een plantaardig eetpatroon meer land nodig is dan voor kringlooplandbouw met dierlijke producten. Dat is een leugen. In een onderzoek waar Van Zanten, De Boer en Van Ittersum in een recent paper zelf naar verwijzen ter onderbouwing van hun standpunt dat het dier een fundamentele rol vervult in het voedselsysteem, komt naar voren dat voor de kringlooplandbouw juist erg veel land nodig is. Meer nog dan voor intensieve veeteelt (waarschijnlijk omdat koeien zonder krachtvoer en vanwege beweging in de wei een lagere voerconversie hebben). Onderstaande grafiek uit het onderzoek laat verschillende scenario’s zien die de wereldbevolking in 2050 van voedsel voorzien en het land dat daarvoor nodig is. ‘Ecological leftovers’ is vergelijkbaar met kringlooplandbouw.


Zoals in de grafiek te zien verbruiken de scenario’s ‘Plant-based eating’ en (voor zover bekend) ‘Artificial meat’ het minste land. Ook wordt duidelijk dat er met een plantaardig eetpatroon voldoende akkerland is om de wereldbevolking in 2050 van voedsel te voorzien. Dat is ook een bevinding in hoofdstuk 5 van het IPCC-rapport over klimaat en landgebruik: "Under the most extreme scenario, where no animal products are consumed at all, adequate food production in 2050 could be achieved on less land than is currently used, allowing considerable forest regeneration.”

Wat de implicaties van kringlooplandbouw zijn voor de broeikasgasuitstoot is te zien in de grafiek hieronder, wederom uit hetzelfde onderzoek waar de WUR-onderzoekers zelf naar verwijzen. Hieruit volgt dat kringlooplandbouw bij het verwachte toekomstige eetpatroon de op één na slechtste keuze is voor het klimaat. Dat de WUR-onderzoekers grasland bestempelen als ‘gratis’, is zodoende een gevaarlijk uitgangspunt. Grasland verwaarden tot zuivel gaat immers ten koste van het klimaat.


Voedselreststromen zijn niet gratis

Bijkomend voordeel van een plantaardig eetpatroon is dat er voedselreststromen over zijn die niet gebruikt hoeven te worden voor voedselproductie. Plantenresten kunnen direct na het oogsten het beste op het land worden gelaten om bodemdegradatie tegen te gaan. Voedselreststromen vanuit retail en consument kunnen vooralsnog dienen voor energieopwekking. De grondleggers van de kringlooplandbouwtheorie stellen dat zonne- en windenergie betere manieren zijn om energie op te wekken. Ze pleiten er in dit licht dan ook voor om voedselreststromen in te zetten als veevoer, om de voedselproductie te maximaliseren. Maar de realiteit is dat de politiek vooralsnog sterk inzet op biomassaverbranding. Het risico hiervan is dat er meer bomen worden gekapt en gesnoeid dan nodig, om te voldoen aan de vraag naar biomassa. Als we de voedselreststromen vanuit supermarkt en consument die nu verbrand worden voor energieopwekking, gaan inzetten voor veevoer, dan ontstaat er een gat dat opgevuld moet worden. Met als mogelijk gevolg dat er nog meer gekapt en gesnoeid gaat worden om dit gat op te vullen.

De grondleggers van de kringlooplandbouwtheorie benadrukken in hun paper overigens dat het aanbod van voedselreststromen afhankelijk is van meerdere factoren. Zo zullen we steeds beter in staat zijn om reststromen te verwaarden tot voedsel (zonder tussenkomst van het dier) en materialen. En als we gezonder/meer onbewerkt voedsel gaan eten, vermindert dat ook het aanbod aan voedselreststromen. Bij het voedzame volkorenbrood is er bijvoorbeeld minder restproduct dan bij het minder voedzame witbrood.

Dit alles in beschouwing nemend is het -net zoals bij grasland- een illusie om te denken dat voedselreststromen gratis zijn. Het gebruik daarvan voor veevoer gaat immers ten koste van andersoortig gebruik van de reststromen.

Geen misschien

De WUR-onderzoekers weten uiteraard dat grasland en voedselreststromen niet gratis zijn. In haar presentatie houdt Imke de Boer zich toch nog enigszins van de domme: “Hoeveel dierlijk product kunnen we eigenlijk eten vanuit het perspectief van emissies? Weet niemand. Dat staat nergens in de literatuur. [.......] Misschien is het wel slimmer om dat gras gewoon weer bos te laten worden en daar hout uit te halen om bio-energie van te maken of misschien is het wel het beste om het gewoon helemaal terug te geven aan de natuur.” Veel mensen weten het, het staat wel degelijk in de literatuur en het is allang geen ‘misschien’ meer: vanuit het perspectief van broeikasgasemissies is nul dierlijk product optimaal. De IPCC-rapporteurs schrijven: "There is now an extensive literature on the relationship between food products and emissions, although the focus of the studies has been on high-income countries. Godfray et al. (2018) updated Nelson et al. (2016), a previous systematic review of the literature on environmental impacts associated with food, and concluded that higher consumption of animal-based foods was associated with higher estimated environmental impacts, whereas increased consumption of plant-based foods was associated with estimated lower environmental impact."

De WUR-onderzoekers erkennen zelf ook dat uit een uitgebreid rapport van Oxford blijkt dat de opname van CO2 door weiland niet opweegt tegen de uitstoot van de koe in dat weiland. Harvard berekende onlangs dat Engeland haar klimaatdoelen kan behalen door het Engelse grasland en akkerland dat nodig is voor vee, te bebossen. In hoofdstuk 2 van het IPCC rapport is te lezen dat uit de praktijk blijkt dat marginaal grasland succesvol omgezet kan worden naar bos en dat dit leidt tot een hogere CO2-opname. Met andere woorden: de WUR-onderzoekers verkopen marginaal grasland als gratis zuivelfabrieken, maar we kunnen marginaal grasland duidelijk ook omzetten in klimaatbuffers die CO2 opnemen. Volgens een andere omvangrijke studie van Oxford kunnen we een grondgebied ter grootte van Afrika teruggeven aan de natuur als we het dier uit de voedselketens halen. Dat is fantastisch nieuws voor het klimaat. En voor de biodiversiteit, inmiddels is immers bekend dat het huidige biodiversiteitsverlies net zo gevaarlijk is als klimaatverandering.

Niet willen erkennen

Waarom doen de Nederlandse media en milieuorganisaties hier geen verslag van? Waarom verdiepen ze zich niet in waar het huidige kringlooplandbouw-narratief werkelijk voor staat? Worden we misleid of laten we ons misleiden omdat we nu eenmaal niet willen erkennen dat het veruit het meest duurzaam is om gewoonweg geen dierlijke producten te eten? De auteur van het artikel in de Volkskrant (‘De veestapel moet fors kleiner, maar veganisme is niet de oplossing’) vond het ‘treurig’ dat ik de redactie hier streng op aansprak, omdat hij vond dat de richting veel belangrijker is. Maar als we blijven geloven dat dierlijke producten duurzaam kunnen zijn, hoe gaan we dan ooit de stap zetten om het dier uit de voedselketens te innoveren? Zodra we erkennen dat een diervrij voedselsysteem het meest duurzaam is vanwege de enorme besparing aan land en broeikasgassen, kunnen we echt grote stappen gaan zetten richting optimale klimaatmitigatie, natuurherstel en klimaatadaptatie. Bossen zijn immers de enige manier om het Nederlandse klimaat af te koelen en natter te maken. En dat is wat we vanaf nu hard nodig hebben.

Dit stuk spreekt niet over de noodzaak van mest in een plantaardig voedselsysteem, hierover schreef ik eerder al een stuk.

Help jij ons werk mogelijk te maken? Doe dan een donatie of word donateur van stichting Even Geen Vlees:


Deel 'Mag het dier de voedselketens uit?' op Facebook en/of Twitter:

Hoi! Ik ben Armanda, oprichtster van stichting Even Geen Vlees. Wij houden ons bezig met de beeldvorming rond vlees versus vegan. Er is meer transparantie nodig over de schaduwkanten van dierlijke producten, zodat mensen weloverwogen keuzes kunnen maken. Daarnaast willen we graag meer reclame voor de plantaardige leefstijl, zodat mensen geïnspireerd worden om betere voedselkeuzes te maken.

Op dit blog lees je wat mij zoal opvalt en bezighoudt. Leuk dat je meeleest en natuurlijk leuk als je af en toe eens een blog deelt. Groetjes en veel leesplezier!

Volg me ook op Facebook, Twitter en/of Instagram!