Foto: unsplash.com

Op 13 maart schreef Gronings raadslid van GroenLinks Nick Nieuwenhuijsen een stuk over waarom we minder vlees zouden moeten eten. Daar kwam op 19 maart repliek op van melkveehouder Roelof Brink. In dit blog reageer ik op alles wat de melkveehouder schrijft.

Brink: “Heel vaak wordt er door iemand van buiten de landbouw een mening gegeven over de landbouw, zelden wordt het podium gegeven aan iemand uit de sector zelf.

Ik zie regelmatig hoe mensen die pro-veesector zijn een platform krijgen om onwaarheden te verkondigen. Twee recente voorbeelden, waarbij de krant weigerde te rectificeren: 

  • Louise Fresco (bestuursvoorzitter van de WUR) schreef in NRC dat Bill Gates geen voorstander is van plantaardige vleesvervangers. Het tegenovergestelde is waar. In zijn boek ‘How to avoid a climate disaster’ en in interviews pleit Gates juist voor plant based en cell based vlees en zuivel. Vooral de businessmodellen van Impossible en Beyond Meat zijn sterk, aldus Gates. Fresco schreef verder dat ‘een groot deel van de aarde nu eenmaal alleen geschikt is voor vee en niet voor gewassen of bomen’. Maar wat eet dat vee dan, zand? 
  • Een varkenshouder schetste in NRC dat voor sojaburgers straks alle oerwouden gekapt worden. Totaal absurd, want als we soja direct gebruiken voor humane consumptie (in plaats van als veevoer) hebben we grofweg driekwart minder landbouwgrond nodig om mensen adequaat te voorzien van voedsel. 

En wat dacht je van alle media-aandacht voor het rapport van het Mesdag-Zuivelfonds begin 2020? Dit ‘rapport’ was duidelijk bedoeld om verwarring te creëren over de stikstofcrisis. De opstellers van het rapport maakten veel bombarie, maar trokken hun kritiek later stilletjes in. Dat neemt niet weg dat de grootschalige media-aandacht veel boeren en medestanders sterkte in hun geloof dat de veesector geen probleem is. 

Ik, en vrienden van mij, reageren zeer regelmatig op allerlei misverstanden over vlees versus vegan in de media. Soms komt er een rectificatie, heel soms wordt een reactie of opinie van ons geplaatst. Soms wordt er gewoonweg niet gereageerd of schieten Ombudsmannen in de verdediging, omdat volgens hen het publiek begrijpt dat de realiteit anders ligt. 

Kortom: de veesector mag de media dankbaar zijn.

Brink: “Afgelopen zaterdag stond er een stuk in de krant over waarom je minder vlees zou moeten eten. Daarin stelde Nick Nieuwenhuijsen van GroenLinks dat wij niet goed met onze omgeving omgaan. Het was een opiniestuk, hier werd dus een mening verkondigd en geen feiten, het woord ‘waarschijnlijk’ kwam er dan ook vaak in voor.

De melkveehouder reageert zelf ook met een opinie. Beiden hebben waarde, maar de media mag opinies beter gaan factchecken, gezien de situatie die ik hierboven al beschreef.

Nieuwenhuijsen gebruikt het woord ‘waarschijnlijk’ overigens welgeteld twee keer. Op deze plekken gaat het over de oorsprong van COVID-19 en de Spaanse griep. Aan de genetica zien we uit welke diersoort virussen oorspronkelijk vandaan komen. Maar het is moeilijk vast te stellen via welk dier het precies is gemuteerd en bij de mens terecht is gekomen, mede omdat die dieren vaak allang geslacht en opgegeten zijn. Hoe wil je dan nog het ontbrekende puzzelstukje vinden? ‘Waarschijnlijk’ is gepast taalgebruik als er aanwijzingen zijn die in een bepaalde richting wijzen. 

Brink: “In de werkelijk liggen de zaken alleen wel iets anders en is het afwentelen van alle ellende in de wereld op de veehouderij niet terecht.”

Niemand zegt dat ‘alle ellende in de wereld’ door de veehouderij komt, behalve voorstanders van de veehouderij zelf om de kritiek te framen en zichzelf in een slachtofferrol te plaatsen. 

We zullen het feit onder ogen moeten zien dat vlees en zuivel de meest milieubelastende aspecten van ons voedselsysteem zijn. Daarnaast staat het buiten kijf dat deze industrie voor de dieren op z’n zachts gezegd geen ‘walk in the park’ is.

Er zijn betere manieren van voedselproductie. Laten we daarop inzetten. 

Brink: “Mensen leven al duizenden jaren samen met boerderijdieren omdat dat veilig is. Het woord vaccin is dan ook afgeleid van vacca dat koe betekent. Het pokkenvirus is vroeger ontwikkeld omdat het opviel dat mensen die in nauw contact stonden met koeien met koepokken geen pokken kregen.”

Mensen leven niet met boerderijdieren omdat dat veilig is, maar om ze te gebruiken voor de voedselproductie of andere doeleinden.

Tweederde van alle infectieziekten en 75 procent van nieuwe en opkomende infectieziekten komt uit dieren. De meeste pandemieën hebben hun oorsprong in mens-dier contact. 

Wetenschappers denken dat de uitbraak van pokken mede kwam door het houden van landbouwhuisdieren:

“The majority of researchers assume that animal domestication, the development of land farming, and the establishment of large human settlements some 6000–10,000 years ago created the conditions that allowed the emergence of smallpox.”  

Het is positief dat de koepokken zorgde voor immuniteit tegen de pokken. Maar het is aannemelijk dat de pokken in eerste instantie ontstonden doordat wij op een kluitje gingen leven met grote aantallen dieren. 

Wat meer afstand tussen mens en dier is dus een goed idee. Voorkomen is beter dan genezen. 

Brink: “Ook nu blijkt dat kinderen die op of in de buurt van een boerderij opgroeien, een beter ontwikkeld immuunsysteem hebben. Het Longfonds doet op dit moment onderzoek naar boerderijstof, omdat dit de bekleding van de longen versterkt en ervoor zorgt dat kinderen minder virale luchtweginfecties krijgen. Nu gaan ze kijken of boerderijstof ook een wapen kan zijn in de strijd tegen het coronavirus.”

Het Longfonds doet hier inderdaad onderzoek naar. Jonge kinderen blootstellen aan kleine hoeveelheden ziekteverwekkers zorgt ervoor dat hun immuunsysteem getraind wordt. Hierdoor hebben ze minder vaak astma of een allergie. Hoe dit met boerderijstof precies werkt wordt onderzocht. 

Een nuance is op z’n plaats: “Niet alle boerderijstof is gezond. Stof van grote veehouderijen waar veel dieren dicht op elkaar zitten, vergroot juist de kans op allerlei longziekten. Alleen het stof van kleine familiebedrijven is goed voor jonge kinderen.” aldus het Longfonds. Als (eind 2022) duidelijk is welke deeltjes in het boerderijstof het immuunsysteem trainen, kan hier een spray van worden gemaakt voor jonge kinderen. In principe zou er dan geen kleine boerderij nodig zijn. 

(Een soortgelijk mechanisme zie je trouwens bij pinda’s: ouders wordt geadviseerd om kinderen zo vroeg mogelijk pindakaas te geven om een pinda-allergie te voorkomen.) 

Brink: “Het is zeker niet zo dat het virus verspreid werd door het nuttigen van vlees. Het werd verspreid door mensen die het vliegtuig namen en de hele wereld over vlogen. Niet meer en niet minder.

Het is zo dat slachthuizen brandhaarden waren voor de verspreiding van COVID-19. Ook werd op diepgevroren vlees COVID-19 aangetroffen.

Dat betekent niet dat je van het eten van besmet vlees COVID-19 krijgt en dat dit de wijdverspreide besmettingen heeft veroorzaakt. Ik heb zelf ook niet gezien of gehoord dat iemand dit zo stelde. COVID-19 is overdraagbaar van mens op mens via direct contact en via de lucht

Nieuwenhuijsen waarschuwt in zijn stuk dat de veehouderij kan resulteren in nieuwe, dodelijke ziektes. Daarmee herhaalt hij slechts waar virologen al jarenlang voor waarschuwen.

Brink: “Vaak wordt ook aangehaald dat er zo veel water wordt verbruikt voor het produceren van rundvlees: 15.000 liter water per kilo rundvlees. Heeft iemand er wel eens bij stilgestaan hoe dat er in de praktijk uit zou moeten zien? Stel een koe is 2 jaar oud en wordt geslacht, dan zal deze ongeveer 150 kilo vlees leveren. Dan heeft deze 2.250.000 liter water verbruikt in 730 dagen. Dat is 3.082 liter per dag. Dus een kalf van rond de 45 kilo moet dit al gaan drinken om tot deze hoeveelheid water te komen.

De informatie dat voor vlees veel water nodig is, zou vergezeld mogen worden van de uitleg dat dat komt door veevoer. Om veevoer te verbouwen is water nodig, planten gaan immers dood zonder water. 

Iedereen zou moeten begrijpen dat vlees niet aan bomen groeit. Vlees komt van dieren. Dieren hebben een spijsvertering. Ze moeten eten. Dat legt een groot beslag op land, grondstoffen en zoet water.

Brink: “Zo valt deze hoeveelheid water dus niet te verklaren. Wel door een aanname van ene David Pimentel in 1997, die ook het water meeneemt dat op het land valt om gras of ander voer voor dieren te telen. Iedereen papegaait deze hoeveelheid water sindsdien na, terwijl het in de praktijk onzin is. Dat water is dus bijna allemaal regenwater.”

Regenwater is belangrijk. Het is belangrijk om te benoemen dat wij regenwater voor een groot deel inzetten voor veevoergewassen. Dat regenwater is daardoor niet beschikbaar voor de natuurlijke waterkringloop

Wij exporteren 70 procent van de Nederlandse agrarische productie. Dat betekent dat we het (regen)water dat is opgeslagen in de gewassen exporteren. Dat water onttrekken we aan de lokale of regionale waterkringloop. 

Het is belangrijk om de waterkringloop zo min mogelijk te verstoren en juist te versterken, aangezien wij in Nederland sinds 2018 kampen met droge zomers. We hebben een kans van 50 procent dat dit probleem met het opwarmende klimaat toeneemt. Daarom is het van belang om ook met regenwater verstandig om te gaan.

Brink: “Ook bij de modellen voor het berekenen van de CO2 belasting door dieren kunnen vraagtekens gezet worden. Bijna alle boerderijdieren eten plantaardige producten, waarin eerst CO2 wordt vastgelegd. Het dier eet dit op, geeft CO2 en andere gassen af die in de korte kringloop binnen twaalf jaar uiteenvallen en weer opgenomen worden door de planten die als voer dienen.

Die ‘andere gassen’ zijn methaan en lachgas, twee broeikasgassen die respectievelijk 25 en bijna 300 keer schadelijker zijn dan CO2. Methaan warmt de atmosfeer direct op, CO2 doet dit trager. Over een periode van 20 jaar is methaan 84 keer schadelijker dan CO2.

Om een 2 graden opwarming te voorkomen, is het dus mede van groot belang dat we stoppen met methaan uitstoten. De mondiale veestapel is verantwoordelijk voor 44 procent van de mondiale methaanuitstoot.

Brink: “Er komt in deze kringloop dus geen koolstof (C) bij, maar er wordt wel voedsel voor de mens geproduceerd. Het vastleggen van CO2 in voedergewassen wordt op dit moment niet meegenomen.”

Dit wordt wél meegenomen.

Uit een FAO-rapport over de veehouderij: “However, emissions from livestock respiration are part of a rapidly cycling biological system, where the plant matter consumed was itself created through the conversion of atmospheric CO2 into organic compounds. Since the emitted and absorbed quantities are considered to be equivalent, livestock respiration is not considered to be a net source under the Kyoto Protocol.”

Met andere woorden: de CO2 in de ademhaling van landbouwhuisdieren wordt weggestreept tegen het veevoer. Het ging in 2006 om 3 Gigaton. Dat zal nu naar mijn schatting zijn opgelopen naar 4 Gigaton CO2. Dat is zo’n 7 procent van de mondiale CO2-uitstoot

De keuze om de CO2 in de ademhaling van vee te negeren is mijns inziens onterecht. Koeien, varkens en kippen worden immers door ons mensen kunstmatig (door ze te fokken) toegevoegd aan onze biosfeer. Het is géén natuurlijk ontstane of wenselijke situatie dat deze miljarden gefokte dieren gewassen eten en omzetten in broeikasgassen. 

Op deze manier kunnen we ook rederen dat de verbranding van fossiele brandstoffen onderdeel is van een natuurlijk cyclus: over duizenden tot miljoenen jaren wordt het CO2 wel weer opgenomen door de biosfeer. We hebben echter niets aan dit soort redeneringen. De huidige concentratie broeikasgas is gevaarlijk hoog. Elke onnodige toevoeging van broeikasgassen moeten we voorkomen (als we het leven op Aarde willen veiligstellen).

Brink: “Voor het overige eten de dieren voornamelijk reststromen uit de voedingsmiddelen sector. Reststromen als palmpitschilfers, citruspulp, bietenpulp, resten van zonnebloempitten en resten van sojaproducten. In 70 procent van de producten in de supermarkt zit namelijk soja. Hierdoor kunnen voedingsmiddelen op plantaardige basis goedkoper geproduceerd worden, omdat er geld voor de reststromen wordt betaald.

Reststromen kunnen ook op andere wijze efficiënter ingezet worden. Bij landbouwhuisdieren is het namelijk zo dat 40-96 procent van de eiwitten verloren gaat in de spijsvertering. Dit wordt omgezet in broeikasgas en ontlasting. Logisch dus dat de grootste brouwerijketen ter wereld bezig is bierbostel -zonder tussenkomst van het dier- te verwaarden tot eiwitrijke producten voor humane voeding. 

H&M maakt ondertussen kleding van stoffen die zijn gemaakt van sinaasappelschillen en restproduct van wijn. Aardappelschillen worden in de toekomst misschien niet meer gevoerd aan varkens, maar direct gebruikt als ingrediënt voor vleesvervangers. Een andere toepassing kan zijn materiaal wat bijvoorbeeld papieren patatzakken kan vervangen.

Brink: “De mest zorgt op zijn beurt weer voor organische stof voor het telen van akkerbouwgewassen, waardoor er minder kunstmest gebruikt hoeft te worden en het bodemleven wordt gestimuleerd.”

Uit onderzoek van de WUR blijkt dat er meer organische stof wordt opgebouwd op land (dat niet geploegd wordt en) dat niet begraasd wordt of bemest wordt met dierlijke mest:

“The results for grassland show an average carbon supply from crop residues of 5.1 t C/ha for treatments that are exclusively mown without supply of animal manure and of 3.7 t C/ha for treatments that are also grazed and treated with animal manure.” en “Grass with large quantities of manure often has shallow roots while unmanured grassland has more roots that are also deeper.”

Hoe meer koolstof (‘carbon supply’), hoe meer voeding voor organische stof/het bodemleven. In het onderzoek van de WUR is verder te zien dat compost relatief de meeste koolstof aanlevert. Het is dus niet alsof dierlijke mest de beste optie is.

Brink: “Het is ook zo dat je niet op elke grondsoort gewassen voor menselijk consumptie kunt verbouwen in Nederland, maar wel gras of een ander voedergewas. De aanwezigheid van de grote zeehavens waar grote hoeveelheden grondstoffen voor levensmiddelen worden bewerkt, maakt Nederland bij uitstek geschikt voor de veehouderij. In andere landen is de grond en het klimaat weer beter geschikt voor graan, groenten of druiven voor wijn.”

Op elke grondsoort kunnen we iets verbouwen dat nut heeft. Of het nou gewassen zijn voor voedsel of materialen of natuur voor CO2-opname en andere ecologische diensten: er zijn altijd opties.

Voorstanders van de veesector zien marginaal grasland bijvoorbeeld als iets dat alleen voor vee geschikt is. Het klimaatpaneel van de VN schrijft echter:

“For example, market-mediated effects of bioenergy in North America showed potential for increased carbon stocks by inducing conversion of pasture or marginal land to forestland.”

Met andere woorden: marginaal grasland kan bebost worden om zo CO2 uit de atmosfeer op te nemen. Dat helpt het klimaat – in tegenstelling tot koeien die methaan uitstoten en veel land bezet houden waar anders natuur en bomen hadden kunnen staan.

Write A Comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.