De wetenschap wijst uit dat een plantaardig dieet het meest duurzame voedingspatroon is. Maar veel mensen weten het nog niet.

Bij deze wat feiten op een rij:

Klimaatpanel van de Verenigde Naties

Het klimaatpanel van de Verenigde Naties – het IPCC- schrijft in hoofdstuk 5 van een speciaal rapport over klimaatverandering en land dat bij het scenario waarin “geen dierlijke producten worden geconsumeerd, adequate voedselproductie in 2050 realiseerbaar is met minder land dan nu in gebruik is, waardoor aanzienlijke herbebossing mogelijk wordt, en de landgerelateerde broeikasgasuitstoot wordt gereduceerd tot een derde van het ‘business-as-usual-scenario”

Dit is het belangrijkste om te weten. Het IPCC werkt namelijk zo: elk jaar bestudeert het IPCC alle wetenschappelijke publicaties met betrekking tot het klimaat. Het IPCC stelt hier vervolgens rapporten van samen. Dit speciaal rapport over klimaatverandering en land is geschreven door 110 wetenschappers, 200 wetenschappers hebben hieraan bijgedragen en het rapport is nagekeken door zo’n 600 wetenschappers. Voor dit rapport zijn meer dan 10.000 onderzoeken geanalyseerd. Het is dus veilig om aan te nemen dat de conclusie van het IPCC de wetenschappelijke consensus is en daarom een zeer betrouwbaar gegeven.

Minder landgebruik

In een zeer omvangrijke studie van Oxford University naar de ecologische voetafdruk van veertig voedselproducten, aan de hand van de gegevens van 38.700 boerderijen in 119 landen kwam onder andere het volgende naar voren:

  • dierlijke producten leveren slechts 18% van de mondiale calorieconsumptie en 37% van de mondiale eiwitconsumptie;
  • 83% van de mondiale landbouwgrond bezet is voor veevoer;
  • wanneer we mondiaal overstappen van dierlijk naar plantaardig eten kunnen we zodoende een grondgebied ter grootte van Afrika teruggeven aan de natuur.

Dierlijke producten zijn verspillend

Vlees groeit niet aan de bomen. Er is veel voor nodig om vlees te produceren. Bij deze wat feiten op een rijtje:

  • 60% van de graanvoorraad in de Europese Unie op gaat aan veevoer (bron: AkkerWijzer);
  • bij rundvlees verlies je 96 procent van de eiwitten verliest die je erin stopt. Voor varkensvlees is dat 90 procent, bij zuivel 75 procent, bij kippenvlees 50 procent en bij eieren 40 procent. Dieren verbranden het voedsel namelijk als energie (bron: Shepon et al, 2018);
  • een plantaardig voedselsysteem levert zodoende twee tot twintig keer zoveel voedsel op (bron: Shepon et al, 2018);
  • om al dit veevoer te verbouwen is veel (regen)water nodig. Voor 1 kilo biefstuk is wel 15.000 liter water nodig (bron: Water Footprint Network). Het is het beste om de natuurlijke waterkringloop zoveel mogelijk in stand te houden. Door het regenwater te gebruiken voor agrarische producten waarvan wij volgens de WUR wel 70 procent exporteren, komen wij steeds vaker water tekort.

Soja is een van de duurzaamste eiwitbronnen

Bij soja gaan er meeste alarmbellen rinkelen. Bij deze wat feiten op een rij:

  • de gemiddelde inwoner van Europa eet 61 kilo soja per jaar eet, 93% daarvan via vlees, melk en eieren (bron: WNF);
  • voor het maken van 1 kilo kip is bijvoorbeeld 1,5 kilo soja nodig (bron: WNF);
  • de soja voor veevoer komt meestal uit Zuid-Amerika (bron: WNF);
  • 93% van de soja die in de EU wordt gebruikt, is voor veevoer (bron: WNF);
  • ontbossing van de Amazone is voor 80% te wijten aan de veehouderij (bron: Greenpeace);
  • een koe eet tot wel 5 kilo soja per dag (bron: The Daily Milk);
  • wereldwijd kan je met de landbouwgrond die nodig is voor 1 liter koemelkgemiddeld 13 liter sojamelk produceren. Nederlandse koeien zijn efficiënter. Toch kan je alsnog 4 liter sojamelk produceren met de landbouwgrond die nodig is voor 1 liter Nederlandse koemelk (bron: Oxford University);
  • vlees bevat alle essentiële aminozuren. Soja doet dit echter ook. Soja is zodoende 90 procent duurzamer dan rundvlees (bron: Nature).
  • wanneer men echter gevarieerd plantaardig eet, krijgt men ook gewoon alle essentiële aminozuren binnen. Het is dus niet nodig om vlees of soja te eten. Het is voldoende om enigszins te variëren met peulvruchten en granen (bron: American Journal of Clinical Nutrition).

Vissen zijn belangrijk voor klimaat en biodiversiteit

De oceanen nemen zo’n 30% van de mondiale CO2-uitstoot op (bron: NASA). Vissen vervullen hierin een fundamentele rol:

  • Vissen beschermen de mangrovebossen, algen en wieren aan de kusten doordat ze planten-etende populaties in balans houden. Hierdoor kunnen deze CO2-slurpende planten floreren (bron: UNEP);
  • Vissen zorgen voor voedingsstoffen voor plankton. Plankton leeft aan de oppervlakte. Dit zijn minuscule plantjes die CO2 opnemen. Sommige vissen (zoals walvissen) poepen aan de oppervlakte. En doordat vissen verticaal en horizontaal op en neer zwemmen, zorgen ze ervoor dat niet alle nutriënten afdalen naar de bodem, maar aan de oppervlakte blijven. Hierdoor kan plankton floreren en dus meer CO2 opnemen (bron: UNEP);
  • Vissen binden CO2 in hun ontlasting. De zwaardere deeltjes in de ontlasting dalen af naar de zeebodem en blijven daar, waardoor het daarin opgeslagen CO2 niet meer terugkomt voor honderden jaren (bron: UNEP);
  • Vissen binden daarnaast CO2 in hun lichamen. Als hun skeletten afdalen naar de zeebodem, komt de hierin opgeslagen CO2 ook niet meer terug voor honderden jaren. Eén gemiddelde walvis slaat wel 33 ton CO2 op, dat is evenveel als 1500 bomen in een jaar absorberen (bron: IMF);
  • Sommige vissen, zoals tonijn, haring en heilbot binden CO2 in calciumcarbonaat (kalksteen) (bron: UNEP). Niet alleen bindt dit CO2, maar het gaat ook oceaanverzuring tegen (bron: KNMI). Oceanen hebben een bepaalde pH-waarde die verandert door het teveel aan CO2. Hierdoor is er minder kalk beschikbaar. Kalk is nodig voor het vormen van koraal en skeletten van schelpdieren, welke aan de basis staan van de voedselketens in zee. En deze ketens: mangrovebossen, algen, wieren, koralen, schelpdieren, vissen en plankton zijn onmisbaar voor ons klimaat.

Zo’n 46% van de wereldwijde visproductie is kweekvis (bron: FAO). Oxford University zegt over kweekvis: “Onze bevindingen zijn dat zoetwater kweekbassins 0 tot 450 g methaan per kg vis veroorzaken (ter vergelijking: bij de spijsvertering van melkkoeien ontstaat ~30 tot 400 g per kg vlees).” Met andere woorden: kweekvis veroorzaakt per kilo product soms dus nog meer broeikasgas dan koeien. Daarnaast wordt bij kweekvis veel antibiotica en pesticiden gebruikt tegen ziekten en zeeluis. Omdat kweekbassins vaak grenzen aan de zee, wordt de zee hierdoor vervuild (bron: MilieuCentraal).

Kweekgarnalen zijn over het algemeen ook schadelijk. Garnalenkweekbassins zijn meestal gelegen aan kusten. De bassins nemen veel ruimte in waar de natuur helaas voor moet wijken. De ecosystemen aan deze kusten bestaan uit magrovebossen, algen en wieren. De mangrovebossen, algen en wieren nemen per hectare bijna drie keer zoveel CO2 op als bossen/planten op land. Maar door de garnalenkwekerij, waar 55% van de garnalen vandaan komt, worden deze CO2-slurpers vernietigd.

Biologisch, vegetarisch en kringlooplandbouw

  • in de biologische veehouderij krijgen dieren minder krachtvoer en antibiotica. Ook bewegen ze meer. Dat betekent dat er meer voer en daardoor land nodig is om dezelfde hoeveelheid vlees/zuivel/ei te verkrijgen (bron: MilieuCentraal). Biologisch is dus iets beter voor het dier, maar slechter voor het milieu bij een gelijkblijvende consumptie;
  • dit geldt ook voor grasgevoerde koeien. Gras doet vrijwel niets voor het klimaat. Je kan beter stoppen met koeien en op het grasland (voedsel)bossen aanleggen, dan wordt er veel meer CO2 opgenomen (bron: Oxford University). Ook is het beter voor de waterkringloop en biodiversiteit;
  • in Nederland komt 95% van het rundvlees uit de melkveehouderij (bron: Vlees.nl). Het heeft dus weinig zin om te stoppen met rundvlees, maar wel melk en kaas te blijven consumeren;
  • bij een gelijkblijvende consumptie van dierlijke producten is kringlooplandbouw een van de slechtste opties voor het klimaat (bron: landbouwuniversiteit Zweden);
  • op plantaardige wijze en met kweekvlees kunnen we wél zoveel eten als we maar willen, terwijl we ondertussen veilig binnen de ecologische grenzen blijven (bron: landbouwuniversiteit Zweden).

Mestprobleem

Naast dat dieren veel moeten eten, zorgen de grote aantallen dieren voor een overschot aan poep en plas dat de natuur schaadt. Via de kweekvisserij worden hierdoor zeeën vervuild (bron: MilieuCentraal). Maar ook mest van landdieren komt terecht in de natuur. Aan kusten ontstaan zijn hierdoor zelfs ‘ocean dead zones’ ontstaan. De mest zorgt namelijk voor een wildgroei een bepaalde planten, waardoor veel andere soorten doodgaan. Door de grote veestapel in Nederland, kampen we daardoor ook met de stikstofcrisis (bron: Rijksoverheid).

Write A Comment